SPECIALS
EX- BUREN
 
De buren verhuizen. Dat doen buren nu eenmaal en ze zijn niet de eersten, dus erg bijzonder moet het niet zijn – maar dat is het wel. Onze linkerburen verhuizen, en ver weg ook nog, en ze nemen meer mee dan hun meubels alleen. Ik kan het ze niet kwalijk nemen en doe dat ook niet, maar het heeft iets ellendigs.
Het duurde even voordat ik het doorkreeg. Ik kwam er pas achter tijdens de vertrekkende-burenborrel, op zondagmiddag. Alle buren en ex-buren verzameld in de nieuwbouwkeuken, zoals we vaker verzameld waren, het was nog geeneens middag en buurman ging al rond met de wijn die eerst werd afgeslagen en daarna weer niet. We kenden het ritueel maar nu had het iets bijzonders. Twee buurmannen namen een gitaar mee en twee buurvrouwen zongen er een speciaal geschreven lied bij – daarna ging de wijn nog sneller rond. We spraken ineens in een andere taal. Eigenlijk, zei ex-buurman M., was het een heel bijzondere tijd: met z’n allen op de zandvlakte. Het pastte helemaal in elkaar, we gingen met elkaar om alsof we vrienden waren en misschien werden we dat ook wel. Misschien hadden we toen, in het begin, drie jaar geleden, helemaal niet door dat het bijzonder was. Maar achteraf gezien zijn het jaren geweest die je niet snel gaat vergeten.
Ik gaf hem gelijk, want zo was het, niemand van ons zal er wezenlijk anders over denken maar die woorden bleven me vervolgens wel de hele zondag bij, om maandag, dinsdag en woensdag steeds weer even op te duiken.
Het was een bijzondere tijd. Hij had het in de verleden tijd gezegd. De huidige tijd was normaler, dacht ik, alles werd normaler naarmate onze wijk zijn voltooiing naderde, en naarmate er meer buren gingen verhuizen. Voor ons, de eerste bewoners, was alles nieuw en fris. Voor tweede bewoners ligt dat misschien wat anders.
Alles ligt ineens anders, als ik door de straten fiets. Het is zo groot allemaal geworden en zo vol, er staan rijen voor de kassa bij Albert Heijn, ze bouwen huizen op het terrein voor mijn Vinex-kasteel waar we jarenlang op gevoetbald hebben en gekampeerd, ’s ochtends bij de tram wordt voorgedrongen, de wijk, kortom, is steeds minder van ons (vergeef me de treurige vroeger-was-alles-beter-toon, dat is niet zo bedoeld, eigenlijk is het leven nu veel beter in zo’n bijna volwassen wijk, het zal ook met de wijn van buurman te maken hebben).
De eerste week dat ik hier woonde ging ik voetbal kijken bij mijn linkerbuurman, die nu is verhuisd. Zijn oudste zoon, die toen drie was, noemde me buurman. Wil je chips, buurman, was het eerste dat hij zei. Dat vond ik bijzonder. Ik was nog nooit een echte buurman geweest. De laatste week dat mijn linkerbuurman hier woonde kwam hij koffie drinken en mijn oudste zoon, die hier geboren is, noemde hem buurman. Dat vond ik ook bijzonder, omdat ik ineens begreep hoeveel de buren erbij horen voor mijn kinderen, en voor mezelf.
De meeste verhuisde buren blijven op het eiland wonen. Ze hebben een groter nieuwbouwhuis gekocht, of er één zelf gebouwd; als het nieuwbouwvirus eenmaal in je bloed zit, kom je er niet meer vanaf. Daardoor is er een onzichtbaar spinnenweb over de wijk gespannen van ex-buren die elkaar op al dan niet regelmatige basis blijven zien, of tegen het lijf lopen. Vandaag was ik bij de ex-buren van tegenover. We hadden, zei ex-buurvrouw, destijds ooit het plan om met z’n allen een huis in Toscane te huren, twee weken in de zomervakantie, een heel groot huis met een enorme tuin en een zwembad en een hoop lol. Dat wilde ze dit jaar maar eens organiseren. Twee uur later kwam ze bij ons thuis langs om haar dochter op te halen die ik had meegenomen om met de mijne te spelen – en ze had op internet al wat aardige huizen gevonden. Acht slaapkamers, minimaal. En als ze willen – en dat willen ze – gaan de ex-linkerburen straks gewoon mee.
HARRY'SCOLUMN

                              KIJK VERDER

SPONSOREN
DETALKSHOWS

                              KIJK VERDER

IJBURGTWITTER